Nouman Ali Khan: alles wordt geel

Weet dat het wereldse leven slechts een spel is, vermaak, versiering en opschepperij tussen jullie en wedijver in vermeerdering van bezit en kinderen. Als de gelijkenis van regen waarvan de planten (die zij voortbrengt) bij de boeren verwondering wekt. Daarna worden ze droog, je ziet ze vergelen en vervolgens vergaan ze. En in het hiernamaals is er een harde bestraffing, een vergeving van Allah en welbehagen. En het wereldse leven is niets dan een verleidende genieting.
Al-Hadeed, 57-20

Assalamoe aleikum! Deze week wilde ik eigenlijk in navolging van dit logje een lezing over de betekenis van surah Ad-Doha delen, maar dat ging niet helemaal zoals gepland. Ik dacht een lezing gedownload te hebben, en toen ik er in de trein eens goed voor ging zitten bleken er maar twintig minuten van de lezing op mijn telefoon te staan. Jammer de pammer, maar geen ramp. Ik besloot uit het raam te staren en kwam later de volgende mooie lezing tegen.

Continue reading

Dankbaar en blij, week 36

Elhamdoulillah

Een tijdje terug schreef ik een stuk over alledaags geluk. Een logje met een lijstje van dingen waar ik blij van werd en dankbaar voor was. Het maken van dergelijke lijstjes maakt je bewust van mooie dingen die soms vanzelfsprekend lijken, maar dat niet per se hoeven te zijn. Een goede zaak, right?

Daarom zal ik elke week zo’n lijstje maken inshaAllah. Speciaal voor de maandagochtend, omdat iedereen dan wel wat positiviteit kan gebruiken ;).

Continue reading

Straatreciteur soerat Ad-Doha

1186221_631988963499410_64199989_n
In sommige landen heb je straatmuzikanten, in andere landen wordt de straat door reciteurs gesierd. Toen ik bij een YouTube-zoektocht dit filmpje tegenkwam was ik even een blij meisje. Deze dakloze meneer reciteert prachtig a la Abdulbaset Abdussamed de mooie soerat Ad-Doha.

Continue reading

Mug

Je vroeg of ik zin had in verstoppertje. Het was twaalf uur, ‘s nachts. Dat ik een spel niet zag zitten snapte je niet. Ook niet toen ik uitlegde dat ik hoofdpijn had en morgen weer vroeg op moest. Je bleef maar aan (en om) mijn hoofd zeuren. Wat je ook al niet snapte was dat ik nu alleen verstoppertje zou spelen met een dodelijke afloop. Dat dreigde ik tenminste, niet al te overtuigend. Smalend keek je me aan, maar dat zag ik niet.

Ik heb je onderschat.

Continue reading