Mug

Je vroeg of ik zin had in verstoppertje. Het was twaalf uur, ‘s nachts. Dat ik een spel niet zag zitten snapte je niet. Ook niet toen ik uitlegde dat ik hoofdpijn had en morgen weer vroeg op moest. Je bleef maar aan (en om) mijn hoofd zeuren. Wat je ook al niet snapte was dat ik nu alleen verstoppertje zou spelen met een dodelijke afloop. Dat dreigde ik tenminste, niet al te overtuigend. Smalend keek je me aan, maar dat zag ik niet.

Ik heb je onderschat.

Continue reading